Ik hang met mijn handen in een bak met water en als ik mijn handen beweeg, dan gebeurt er iets. Met elke beweging creëer ik een golfslag. Dat is een metafoor voor de relatie die mijn personage met het universum heeft. Hij is niet afgescheiden van zijn omgeving, hij is er onderdeel van. Als hij iets denkt, iets uitspreekt of een handeling verricht, dan volgt de golfslag. ‘hoe minder beweging (lees ambities, wensen, verlangens, oordelen & opvattingen) hoe minder golfslag en hoe minder gedoe’. Dat is het kenmerk van bewustzijn. Mijn personage kan het probleem van de dualiteit niet oplossen, hij is er onderdeel van en zit er midden in. Het is het ‘levensspel‘ waarin hij gevangen zit. Voor eeuwig gevangen? Nee hoor… in elk spel zit de ontmaskering verborgen. Pas als ik dit ontmaskerd heb.. heb ik het spel gewonnen!